Passie in Beeld
Project 05: Een leven vol verhalen!
Project 05: Een leven vol verhalen!
Bekijk in de klas het introfilmpje waarbij stukjes te zien te zijn van 'Tim op de Thee' en 'Tieners tegen Kwalen', ter inspiratie van hoe je je oudere kan interviewen. Maar let ook vooral op hoe er gefilmd is. Gebruik deze kijkersvragen om gericht naar het introfilmpje te kijken.
Jullie gaan een hoop leren over een goed interview houden, storytelling en hoe je de beste filmshots maakt. Uiteindelijk tonen jullie je mini-documentaire groot op beeld met de ouderen als publiek.
Klik hier voor de checklist van Project 5 - Passie in Beeld.
Scroll naar onderen om de Sprint Gallery template te kopiëren.
Rolverdeling
Je doet dit project in tweetallen. Dezelfde rollen komen ook weer voorbij; Eindverantwoordelijke, Notulist, Planner, Contentbewaker. Dit keer ben je dus twee rollen tegelijk; overleg duidelijk wie dat doet.
Daarna denk je ook na over hoe je per persoon het interview aanpakt, wie filmt wanneer, wie vraagt wanneer (beide studenten moeten interviewen voor de beoordeling), hoe gaan jullie samen de docu monteren?
Planning
We starten de eerste week met het maken van een planning. Een planning moet je tussendoor altijd aanpassen of corrigeren.
Jullie krijgen voor dit project 5 weken de tijd, waarvan in week 6 de documentaires in de Eventspace worden getoond. Alle fases komen voorbij in deze weken. Aan jullie de taak om een heldere planning te maken.
Opleveren media-uitingen
De documentaire is het eindproduct. Een prototype of schets is een tussenproduct, die ga je d.m.v. feedback realiseren tot een eindproduct. Maar een planning is ook een product, een bestand wat je ergens op je One-Drive kwijt moet. Het is ook een mooi bewijsstuk voor op je Sprint Gallery om te laten zien dat je goed kunt plannen en dit valt onder beoordelingscriteria 9.
Zet samen op een rijtje welke media-uitingen (producten) jullie moeten gaan opleveren dit project.
Benodigdheden
Denk aan pen en papier, opnameapparatuur en een goede filmcamera of telefoon met goede kwaliteit. Ook de Adobe-programma's tellen mee. Wat heb je allemaal nodig dit project qua materiaal? Noteer dit ook.
Let verder op hoe je afspraken maakt met de oudere en met elkaar. Hoe communiceer je? Via mail, bellen, whatsapp, teamstegel? Als je een locatie nodig hebt, wanneer regel je die en als het niet lukt, heb je dan een plan B?
Zorg dat je in week 1 de oudere hebt geregeld!!!
Op jouw Sprint Gallery laat je zien dat je voldoet aan de leeruitkomst van deze sprint.
Je maakt en bewaakt een projectplanning en stemt de voortgang af met alle betrokkenen. Tijdens het project informeer je hen over tussenproducten en je bespreekt knelpunten en oplossingen. Je rond je project af met een evaluatie.
Het bijbehorende beoordelingscriterium:
9. Ik maak een eenvoudige projectplanning.
Bewijsstukken:
Afspraken team en rolverdeling
Planning
WAT IS KWALITEIT?
In Sprint 1 ontdek je wat goed werk is en wat niet. Je ziet voorbeelden van studenten van vorige jaren. Door die voorbeelden met elkaar te vergelijken, leer je snel wat een sterk ontwerp maakt en waar juist verbeterpunten zitten.
Samen kijken we naar dingen zoals:
beeld, boodschap, kleurgebruik, compositie, lettertype
Waarom doen we dit?
Omdat je pas goede keuzes kunt maken als je weet welk niveau er van jou verwacht wordt aan het einde van het project. Door voorbeelden te analyseren begrijp je beter wat kwaliteit is én waar je zelf naartoe werkt.
Daarna ga je zelf aan de slag met de reflectievragen:
Wat moet ik kunnen om een goed eindproduct te maken?
Waar moet ik op letten tijdens het ontwerpen?
Welke vaardigheden wil ik deze sprint ontwikkelen?
Aan het einde van Sprint 1 heb je een duidelijk beeld van het eindproduct en weet je welke stappen jij moet zetten om daar te komen.
Nu je weet hoe goed werk eruitziet, ga je ontdekken wat jij precies moet maken.
DEBRIEFING
In Sprint 1 lees je de briefing van Omroep MAX en haal je eruit wat belangrijk is. Daarna debrief je de opdracht: je zet de briefing in je eigen woorden, zodat jij en je team precies weten wat er van jullie wordt verwacht.
Je kijkt naar:
Wat is het doel van dit project?
Voor wie maak ik dit? Wie is de doelgroep?
Wat moet ik uiteindelijk opleveren?
Welke eisen, afspraken en randvoorwaarden gelden er?
In deze sprint ga je nog niet filmen. Je zorgt er eerst voor dat de opdracht 100% helder is. Als je sprint 1 goed doet, werk je de rest van het project veel gerichter en sterker.
Op jouw Sprint Gallery laat je zien dat je voldoet aan de leeruitkomst van deze sprint.
Je leeft je in en je begrijpt de vraag van de klant. Hierna formuleer je de eerste voorlopige inzichten die aansluiten bij de wensen en behoeften van de klant.
Het bijbehorende beoordelingscriterium:
1. Ik benoem de behoeften van de klant
Bewijsstukken:
Antwoord op de reflectievragen
Debriefing
KLASSIKALE FEEDBACK
Voordat jullie kunnen bepalen welke richting jullie op gaan, kijken we eerst naar het niveau van de team‑debriefing. Het kernteam laat zien wat het gemiddelde klasniveau is en waar de belangrijkste verbeterpunten zitten.
Daarna gaan jullie zelf aan de slag:
1. Vergelijk met de klasfeedback
Pak jullie team‑debriefing erbij en check:
Wat doen we goed?
Wat missen we nog?
Wat moet duidelijker?
2. Bepaal jullie verbeterpunten
Samen kijken jullie wat beter kan: structuur, uitleg, taalgebruik, opbouw… alles wat nodig is.
3. Herschrijf jullie debriefing
Jullie passen de debriefing aan zodat deze duidelijk, compleet en op het juiste niveau is voor de rest van het project.
In deze sprint bepaal je samen welke richting jullie mini‑documentaire opgaat. Je doet verschillende onderzoeken die je helpen om straks een sterke mini‑docu te maken.
ONDERZOEK MINI-DOCU
Wat is de doelgroep van Omroep Max?
En wie is de kijker van jullie mini-docu?
Doe onderzoek naar vergelijkbare programma's.
Hoe ziet een mini-documentaire eruit?
Welke oudere gaan jullie interviewen en waarom?
ONDERZOEK BEDANKKAART
Om jouw geïnterviewde oudere te bedanken voor de tijd en moeite die ze hebben genomen voor het interview voor jullie mini-docu maak je een bedankkaart die je ook echt gaat opsturen.
Stap 1:
Onderzoek naar de vormgeving van ansicht- en bedankkaarten. Let hierbij op kleur-, vorm- en beeldgebruik, typografie.
Op jouw Sprint Gallery laat je zien dat je voldoet aan de leeruitkomst van deze sprint.
Je onderzoekt o.a. de doelgroep, het product en de concurrentie. Naar aanleiding van dit onderzoek trek je een conclusie. Hiermee bepaal je de richting van jouw mediaontwerp.
Het bijbehorende beoordelingscriterium: 2. Ik verzamel basisinformatie over de markt
Bewijsstukken:
Herschreven debriefing
Onderzoek mini-docu
Onderzoek naar de vormgeving van ansicht-/bedankkaarten
Je zoekt breed naar oplossingen om de mediavraag van de klant te realiseren. Je ontwikkelt creatieve en realistische ideeën die je vertaalt naar verschillende schetsen.
MINI-DOCU
Nadat jullie onderzoek hebben gedaan en de planning is goedgekeurd, hebben jullie alle informatie om ideeën te gaan bedenken.
Deze week ga je langs bij de oudere om kennis te maken. Vergeet niet je Quitclaim (toestemming portretrecht) mee te nemen.
Komen de interviewvragen terug in de montage of niet? Dit is een belangrijke keus die invloed heeft op hoe jouw interview door de kijker ervaren wordt.
Jullie gaan een shotlist maken ter voorbereiding op het filmen van het interview.
Hou rekening met de ruimte waar het interview wordt opgenomen
Welke camerastandpunten hou je rekening mee om een bepaalde emotie naar de kijker over te brengen? Workshop Shotlist
VOORBEREIDING INTERVIEW
Ter voorbereiding op het afnemen van het interview bij Sprint 4 ga je de interviewvragen opstellen en deze ook vooraf visualiseren. Zo denk je van tevoren na over compositie, belichting, overgangen en props. Dit hangt sterk samen met het opstellen van je shotlist. Hiervoor volg je de workshop LDS-V: Luisteren > Doorvragen > Samenvatten - Visualiseren.
BEDANKKAART
Voordat je de portretfoto gaat maken, ga je 2 oefeningen doen.
Klik hier voor de gedetailleerde uitleg.
Stap 2:
Beeldoefening
Stap 3:
Portretfotografie
PEERFEEDBACK
Aan het einde van Sprint 3 gaan jullie elkaars ideeën beoordelen. Jullie kijken naar het werk van een ander team, en zij kijken naar jullie werk. Maak hierbij gebruik van beoordelingscriteria 3 en 4 (Ik bedenk ideeën die aansluiten bij de klantvraag & Ik pas materialen en technieken toe om mijn ontwerp vorm te geven).
Maak gebruik van de tussenpresentatie: een korte, heldere update over waar jullie project nu staat. Het doel is om jullie te helpen overtuigend en professioneel te presenteren, ook als het project nog niet af is. Door te vertellen waar je staat, wat je al hebt uitgezocht en welke stappen je nog gaat zetten, krijg je waardevolle feedback waarmee je je project kunt verbeteren.
STUDENT A: Geef jouw klasgenoot gerichte feedback
Je werkt in tweetallen. Kies van jullie twee één set schetsen om te bespreken.
Stap 1: Bekijk het idee voor. Neem de tijd om écht te kijken. Wat valt jou op? Wat werkt goed? Wat kan sterker?
Stap 2: Gebruik de beoordelingscriteria (3 & 4). Kijk naar:
Welke dingen passen goed bij de criteria?
Welke onderdelen kunnen nog beter uitgewerkt worden?
Kun je uitleggen waarom je dat vindt?
Stap 3: Geef elkaar feedback met argumenten. Jullie hoeven het niet altijd met elkaar eens te zijn — dat is oké. Belangrijk is dat je uitlegt waarom jij iets vindt en voorbeelden geeft.
STUDENT B: Leg jouw gekregen feedback vast
De student wiens werk besproken wordt, legt de feedback vast.
Dit mag in tekst, beeld of met sketchnotes (zie afbeelding hieronder).
Sketchnotes helpen je:
om beter te luisteren
keuzes te maken (wat is belangrijk, wat niet?)
en de feedback beter te onthouden
Op jouw Sprint Gallery laat je zien dat je voldoet aan de leeruitkomst van deze sprint.
Je zoekt breed naar oplossingen om de mediavraag van de klant te realiseren. Je ontwikkelt creatieve en realistische ideeën die je vertaalt naar verschillende schetsen.
De bijbehorende beoordelingscriteria:
3. Ik bedenk ideeën die aansluiten bij de klantvraag
4. Ik pas materialen en technieken toe om mijn ontwerp vorm te geven
Bewijsstukken:
Interviewvragen
Shotlist
Mindmap
Moodboard
Peerfeedback
Je maakt verschillende prototypes voor crossmediale vormgeving waarbij je experimenteert met verschillende software en tools.
MINI-DOCU
Daadwerkelijk filmen & uitvoeren plan
Zijn jullie goed voorbereid? Jullie gaan opnieuw op afspraak bij de oudere om hun passie/ hobby vast te leggen. Neem je telefoon mee (of leen een camera bij de Uitleen, denk aan een vlogcamera) en verder alle benodigdheden. Zorg ervoor dat je telefoon opgeladen is, statief en eventeel een los microfoontje. Let ook op de belichting!
Dit alles valt onder de WORKSHOP: Pre-Productie
Van al het beeldmateriaal (het interview + losse beelden van de hobby/passie) wordt een mini-documentaire gemaakt van 2-3 minuten die gemonteerd wordt in Premiere Pro (Digitaal). Specificaties worden daar uitgelegd.
Jullie maken:
de graphic overlays WORKSHOP: Motion Graphics
de aantiteling (Design) / WORKSHOP: Title animation
de aftiteling
de nabewerking WORKSHOP: Post-Production
Kijk goed hoe je als duo's de taken verdeeld. Let ook op achtergrond geluiden en/of muziek.
BEDANKKAART
Stap 4:
Het opnamemoment van jullie interview is ook het fotomoment. Bespreek dit van te voren met jullie oudere. Denk goed na over de setting, compositie (kadrering) en licht. Kijk op de locatie naar de mogelijkheden en zorg dat je veel foto’s maakt. Check op het einde of de foto’s die je hebt gemaakt goed zijn voordat jullie vertrekken! Vergeet niet naam en adres te noteren, zodat je de kaart kan opsturen.
KIJK KRITISCH NAAR JOUW EIGEN WERK
Aan het einde van Sprint 4 kijk je kritisch naar je eigen werk. Je controleert of je ontwerp past bij beoordelingscriterium 5: Ik gebruik de aanbevolen software en tools om een eenvoudig prototype te maken.
Bedenk eerst voor jezelf waar je over twijfelt, welke keuzes je gemaakt hebt en wat nog verbeterd kan worden.
Nu geef je aan waar jij nog feedback op wilt. Het kernteam geeft namelijk pas feedback als jij gericht aangeeft waar je hulp bij nodig hebt. Beantwoord de volgende vraag:
“Op welke onderdelen van mijn prototype heb ik nog feedback nodig en waarom?”
Je kunt denken aan:
onderdelen die nog niet duidelijk zijn
tools of technieken waar je moeite mee hebt
keuzes waar je over twijfelt
stukken van je prototype die nog niet werken zoals jij wilt
Op jouw Sprint Gallery laat je zien dat je voldoet aan de leeruitkomst van deze sprint.
Je maakt verschillende prototypes voor crossmediale vormgeving waarbij je experimenteert met verschillende software en tools.
Het bijhorende beoordelingscriterium:
5. Ik gebruik de aanbevolen software en tools om een eenvoudig prototype te maken.
Bewijsstukken:
Ruwe versie van je mini-docu
Promobeeld in de vorm van bedankkaart
Antwoord op de vraag: “Op welke onderdelen van mijn prototype heb ik nog feedback nodig en waarom?”
Je test je prototype bij de doelgroep en je past de vormgeving aan op basis van testuitkomsten. Je vormgeving krijgt in fasen steeds meer vorm.
FEEDBACK VANUIT HET KERNTEAM
In Sprint 5 krijg je gerichte feedback van het kernteam. Zij reageren alleen op de punten die jij zelf in Sprint 4 hebt aangegeven. Zo blijft de feedback duidelijk en haalbaar.
Je krijgt geen hele lappen tekst of complete oplossingen - het kernteam geeft je hints, vervolgstappen en/of open vragen. Deze helpen je om zelf na te denken en actief met je ontwerp aan de slag te gaan.
Verwerk de hints, stappen of vragen: gebruik de feedback om jouw ontwerp te verbeteren.
Snap je iets niet? Bespreek het eerst met een medestudent. Vaak kun je samen bedenken wat de feedback betekent of welke actie je moet nemen.
Blijven er vragen over?
Bespreek dit met het kernteam.
Feedback
Jullie zijn al goed op weg, maar om zeker te weten dat jullie goed bezig zijn voor jullie oudere & klant gaan jullie tussentijds feedback vragen en verwerken.
De ruwe versie van de mini-docu en het promobeeld kunnen jullie alvast (deels) aan de oudere laten zien, jullie kunnen de klant ook vragen stellen maar het belangrijkste is de doelgroep van Omroep Max. Deze mensen gaan jullie mini-docu uiteindelijk bekijken. Kun je een testgroep vinden en wat voor feedback kunnen zij geven om het eindproduct nóg beter te maken?
Verzamel de punten en overleg samen hoe (en of) jullie deze kunnen verwerken.
In week 5 moet de mini-documentaire zo goed als af zijn zodat je in week 6 de laatste puntjes op de i kan zetten.
In week 7 zijn de presentaties in de Eventspace.
Op jouw Sprint Gallery laat je zien dat je voldoet aan de leeruitkomst van deze sprint.
Je test je prototype bij de doelgroep en je past de vormgeving aan op basis van testuitkomsten. Je vormgeving krijgt in fasen steeds meer vorm.
Deze leeruitkomst wordt nog niet getoetst in leerjaar 1, maar maakt wél onderdeel uit van het professionele proces.
Bewijsstukken:
Feedbackpunten
Ontvangen feedback (van het kernteam)
Je werkt de vormgeving van jouw media-uiting uit waarbij je de juiste vormgeefprincipes toepast. Hierbij maak je effectief gebruik van softwarefuncties.
MINI-DOCU
Definitief afmaken van mini-documentaire
In week 7 (week van 18 mei 2026) worden alle filmpjes gepresenteerd op groot scherm in de Eventspace.
Uiteraard ga je ook je mini docu als bestand delen met je oudere of zelfs misschien samen bekijken om zo het project netjes af te ronden. Neem de reactie mee in je eindevaluatie, wij zijn heel benieuwd!
BEDANKKAART
Stap 5:
Kies de beste portretfoto die je van je geïnterviewde oudere hebt gemaakt uit om te bewerken tot bedankkaart. Je mag experimenteren met diverse technieken om de kaart te ontwerpen (analoog of digitaal).
Bonus
Stap 6:
Ontwerp een aankondigingsposter voor jullie mini-docu. Deze kan je op A3 of groter bij het productiehuis laten uitprinten. Je kan de portretfoto met illustratie als basis gebruiken. Verder ben je vrij in je ontwerp.
Proces
Zorg ervoor dat je alle onderdelen in je OneDrive hebt verzameld zodat je voor de Sprint Gallery makkelijk je bewijzen kan kiezen.
REFLECTIE & BEOORDELING
In Sprint 6 sluit je het project af. Jij gaat zelf nadenken over hoe jij dit project hebt gewerkt en wat je meeneemt naar het volgende project.
Het kernteam vult voor iedere student de rubric in en geeft, als dat nodig is, nog extra feedback.
1. Schrijf een korte reflectie
Kijk terug op alle sprints en beantwoord in een korte tekst:
Wat heb ik geleerd?
Wat ging goed?
Waar had ik moeite mee?
Wat wil ik in het volgende project beter doen?
2. Stel een leerdoel op voor het volgende project
Beantwoord de volgende vragen:
Wat vond ik moeilijk in dit project?
Waarom wil ik dat verbeteren?
Wat ga ik de volgende keer doen om dat te oefenen?
Met de antwoorden op deze vragen ontstaat er een leerdoel.
Bijvoorbeeld:
Moeilijk: “Het uitleggen van mijn ontwerpkeuzes.”
Waarom: “Ik kon niet altijd onderbouwen waarom ik iets koos.”
Wat ga ik doen: “In het volgende project ga ik bij elke schets kort opschrijven waarom ik die keuze maak.”
Leerdoel: “Ik wil beter leren onderbouwen waarom ik ontwerpkeuzes maak.”
Op jouw Sprint Gallery laat je zien dat je voldoet aan de leeruitkomst van deze sprint.
Je werkt de vormgeving van jouw media-uiting uit waarbij je de juiste vormgeefprincipes toepast. Hierbij maak je effectief gebruik van softwarefuncties.
Deze leeruitkomst wordt nog niet getoetst in leerjaar 1, maar maakt wél onderdeel uit van het professionele proces.
Bewijsstukken:
De definitieve documentaire film als .mov
De definitieve bedankkaart
Document met evaluatie project 6
Eigen reflectie met leerdoelen voor een volgend project
Maak hier jouw Sprint Gallery aan.
Via de onderstaande link maak je jouw Sprint Gallery aan voor het project.
Klik op "Remix This" en publiceer de site.
Project 5 - Passie in Beeld volgens de fases van het Design Thiking model
De komende vijf weken werken jullie aan het project Passie in Beeld, waarbij jullie de fases van het Design Thinking-model doorlopen (zie afbeelding).